Menu

De kleuren van de berg

De muren zien eruit alsof graffitiartiesten hier diep onder de grond zich wilden vereeuwigen en de muren hebben beschilderd. De kleuren verlopen van stralend turkoois over glimmend zilverwit tot matglanzend oker. Maar wat op een bonte spuitbus lijkt is alles natuur. De kinderen kunnen het bijna niet geloven als onze gids dat zegt. En hoewel ze de chemische verklaringen, waarbij het over oxidatie in sulfide vindplaatsen van metaalsoorten gaat niet begrijpen (en moeders bevindt zich eveneens in dit gezelschap) vinden ze het uitstapje naar de Roederstollen van de bezoekersmijn Rammelsberg ongelofelijk fascinerend. Vergeten is het moment, waar duidelijk werd dat de Duitse mijnwerkersterm ‘einfahren’ niets met rijden te maken heeft, maar betekent dat het te voet onder de grond gaat en dat we hier eigenlijk een museum bekijken.

Een heel bijzondere overigens: meer dan 1000 jaar werd in de Rammelsberg, 2,5 km ten zuiden van Goslar ononderbroken erts gewonnen – in totaal 27 miljoen ton en tot het laatst rendabel. Archeologische vondsten bewijzen, dat hier zelf al in de bronstijd erts werd gewonnen. “‘Dat is 3000 jaar geleden!’” weet onze gids en kijkt in de verbaasde kinderogen. Lange tijd gebeurde dit met primitieve middelen, eerst in de dagbouw en later diep onder de grond. Schachten moesten worden gemaakt en mijngangen worden aangelegd. Het water in de groeves moest eruit, ‚Wetter‘– lucht –, zoals de mijnwerker zegt moest naar binnen. De ertsen werden gewonnen en getransporteerd. Hout voor de mijngangen moest worden geslagen. Zwaar werk, maar het zilver, lood, zink en koper uit de berg zorgden sinds de middeleeuwen voor de rijkdom van koningen en keizers in de stad. In 1998 werd de mijn stilgelegd, om in 1992 samen met de historische binnenstad van Goslar op de lijst van UNESCO Werelderfgoed te komen. Een fascinerend, wereldwijd eenmalig industrieel monument met meer dan 1000 jaar mijnbouwgeschiedenis.

Het eerste wat we zien zijn de gebouwen die in de 1930er jaren zijn ontstaan: de typische houten façades van de huizen aan de allee die naar de mijn leiden en de drie houten werkhallen tussen de schachtbok, die terrasvormig aan de berghelling zijn gebouwd. Het lijkt alsof de laatste mijnwerker nog niet eens weg is. “Kijk eens naar boven, onder het hoge plafond!” zeg ik tegen mijn kinderen in de omkleedruimte, “het lijkt alsof de kledingmanden op het einde van de ploegendienst wachten, of niet?”

Neem je dan deel aan een rondleiding met de mijnwerkerstrein, dan heb je het gevoel in een andere tijd te belanden en wacht erop dat ieder moment een lorrie met veel lawaai om de hoek komt. Onze gids vertelt – ook voor de kinderen – op een aanschouwelijke wijze over het werk van de mijnwerkers in de 20ste eeuw, die door het inzetten van machines wezenlijk werd veranderd. Wie dan nog zin heeft om de tour door de Roederstollen te maken (en mijn kinderen hadden dat!), gaat nog eens rond 100 jaar terug in de tijd en ervaart dat de leidinggevende ingenieur Johann Christoph Roeder de mijn bij de Rammelsberg in het begin van de 19de eeuw fundamenteel heeft gemoderniseerd. Het ondergrondse gangen- en afwatersysteem dat hij ontwikkelde en liet bouwen was tot 1905 in werking, totdat een nieuw systeem werd ingevoerd.

In, bij en onder de Rammelsberg kun je je werkelijk meerdere dagen vermaken. Er zijn talrijke rondleidingen en evenementen voor kinderen en volwassenen, die de geschiedenis van de mijnbouw en de cultuur spreekwoordelijk tastbaar maken. Anders als in andere mijnwerkersmusea worden de gebouwen hier niet als neutrale bewaarplaats voor tentoonstellingsstukken gebruikt, maar zijn de tentoonstelling, die het leven en werken op deze originele schouwplaats authentiek weergeven. Ook wij hebben nog lang niet alles gezien, wat er hier te beleven valt. Maar we zullen vast en zeker nog eens terugkomen. En zoals de mijnwerker zou zeggen: ‘Glückauf’ als laatste groet.

loading